Een pracht verhaal over verwondering van Lieke Bruin

Verwondering
Mooi woord, ‘verwondering’, ik word erdoor geraakt, het roept een bepaald gevoel bij me op, het heeft iets lichts, iets vragends, iets betoverends.
Mooi begrip ook. Wanneer je je afvraagt waarom de dingen zijn zoals ze zijn, ervaar je de verwondering. Het gaat verder en dieper dan het stellen van kritische vragen: wie zich verwondert is intens betrokken bij datgene wat zijn verwondering wekt. Verwondering geeft je een open blik en stelt je in staat om onbevangen waar te nemen.
Filosoof Cornelis Verhoeven zegt het mooi in zijn Inleiding tot de verwondering: ‘Verwondering is als een ‘bevindelijkheid’, een zelfervaring in een bepaalde situatie, een ontmoeting met de werkelijkheid. Het staat in nauw verband met de openheid en kwetsbaarheid van het leven. Verwondering is iets wat mensen overkomt, het is als een oefening in de vrije val, het plaatst de mens even buiten zijn wereld. Wie er eenmaal voor openstaat, ontkomt er niet meer aan.’
We leven in een wereld die te denken geeft. Verwondering kan daartoe de aanzet geven, tot dat denken. Het denken neemt dan afstand van de vanzelfsprekendheid van de dingen en stelt zich de vraag waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Het leven van alledag dwingt ons meestal zodanig tot praktische keuzen en handelingen dat we nauwelijks tijd en energie vinden tot na-denken over – reflecteren op – ons wezenlijke zijn. Daar alleen al zou je je over kunnen verwonderen.
Ons persoonlijk leven kent tegelijkertijd ook momenten waar we, er op een afstand naar kijkend, met verwondering aan terugdenken; momenten die getuigden van moed, kracht en durf. In het werken met cliënten constateer ik keer op keer dat menig cliënt bij het schrijven van zijn levensverhaal verrast ziet wat hij in het verleden heeft geleerd, heeft ondernomen of heeft gepresteerd.
In mijn werk ervaar ik het als een voorrecht, maar ook als een uitdaging om in het zoekproces naar een nieuwe werkomgeving een stukje met de cliënten mee te lopen en hen uit te nodigen om hun mogelijke negatieve aannames, veroordelingen en gedachten los te laten; en vervolgens al hun intrinsiek aanwezige krachten en talenten weer aan te spreken of op te poetsen, om zo met vernieuwde kracht met hun aanbod weer de bühne op te gaan en te ervaren dat een nieuwe werkgever wel degelijk met hen in zee wil gaan.
Hier is zeker sprake van verwondering: als je geruime tijd zonder baan hebt gezeten, het leven je in veel opzichten niet meer toelacht en je mogelijk op het thuisfront ook in een diep dal terecht bent gekomen, verwonder je je achteraf over het feit dat je kennelijk toch op een bepaald moment goed in staat bleek te zijn de koers van je leven te wijzigen. En een nieuwe bestemming in je leven wist te vinden. Je bent verwonderd over je eigen kunnen.
In dit proces ga ik de uitdaging met een cliënt graag iedere keer weer aan en van ganser harte hoop ik dat wij ons altijd over onszelf en over het leven blijven verwonderen..…
Lieke Bruijn

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Verliefd zijn is vreselijk

zit in een halve lotus zit,
mediteer over genoegzame wijsheden
“Het leven is eenvoudig”
jij laat mij niet met rust
doorgaand, schuif jij jou beeld voor mijn ogen
Vertwijfeld
treurig
kommer en kwel
Jaloezie
dat alles loopt over mij heen.
Maar ik wil niet die,
vertwijfeld zijn
het diep in mijn buik voelen
de droefheid zien die mijn kijken troebel maakt
zeker niet die kommer en kwel voelen
die me laat sidderen
ook wanneer ik denk
het met jou te kunnen delen
maar ik wil met je genieten
je lust op mij voelen
tussen de spanning zijn
mij diep in jou te voelen
het lichte te zijn de vreugde te voelen.

Ik concentreer me op mijn ademhaling
denk dat het klopt
het leven is eenvoudig
verliefd zijn is vreselijk
Marcel de Wit

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Treden

Net als elke bloesem verwelkt,
elke jeugd de ouderdom wijkt.

Bloeit elke levenstrede,
bloeit elke wijsheid en ook elke deugd,
op zijn tijd, en mag niet eeuwig duren.

Zo moet hel hart bij elke levenstrede,
bereid zijn afscheid te nemen,
opnieuw te beginnen.
Zich in dapperheid en zonder treuren in andere,
nieuwe bindingen te geven.

In elk nieuw begin woont een sprookje,
dat ons beschermt en ons helpt te leven.

We zullen vrolijk en luchtig ruimte na ruimte doorschreiden,
aan geen enkele, blijven hangen,
zoals je aan het” thuis zijn” kan blijven hangen.

De werelds geest wil niet knevelen of ons benauwen.
hij wil ons trede om trede heffen,
wereldser maken, weidser laten kijken, (met wijdere blik laten kijken)

Nauwelijks zijn we ergens thuis,
hebben een levenskring,
die vertrouwd en gewend is.

Zo dreigt de geest in te slapen.
alleen wie bereid is op te breken en te reizen
mag zich van de verlammende gewenning onttrekken.

Zo laat misschien ook nog het doodesuur,
Ons nieuwe ruimtes ontmoeten.

De roep van het leven aan ons,
zal nooit eindigen.
Wel aan dan hart,
neem afscheid en wordt gezond.

Hermann Hesse

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Hoeveel mannen mogen er een eind aan maken?

Hij was veertig jaar toen hij stierf. Op een ochtend vond zijn vrouw hem in zijn slaapkamer. Ze sliepen met enige regelmaat apart omdat hij vaak slaapproblemen had. Hij had zich opgehangen aan een hoog bevestigde wandradiator. Twee kinderen liet hij na, 7 en 11 jaar oud. In de vooraf gaande maanden had zij hem verschillende keren aangemoedigd om hulp te zoeken, omdat hij vaak neerslachtig was en het op zijn werk – (hij werkte als ingenieur bij een Rijksdienst) – niet echt goed ging. Veel stress, spanningen met collega’s en onzekerheid over zijn baan vanwege een reorganisatie. Hij was een keer naar de huisarts geweest. Die had een verwijzing voor een psycholoog gegeven. Hij had die niet opgevolgd, omdat, zo zei hij, hij geen vertrouwen had in dat praat- gedoe.
De laatste maanden had hij meer dan gewoonlijk alcohol gedronken. Dat had er verschillende keren toe geleid dat hij, vanwege een kater, de volgende dag van zijn werk had verzuimd. Ook sportte hij de laatste tijd niet meer, wat hij daar voor twee keer per week deed. Aan de kinderen ergerde hij zich ook vaker dan gewoonlijk. Een enkele keer was hij zelfs, de aanleiding was onbeduidend, heftig tegen ze uitgevallen. Dit had bij de kinderen tot huilbuien geleid, bij zijn vrouw tot verwijten en bij hem tot schuldgevoelens. Het was bepaald geen toeval dat hij op maandag ochtend in alle vroegte, na weer een ongemakkelijk weekend, veel drank op zondagavond en het vooruitzicht weer naar zijn werk te moeten, een eind aan zijn leven had gemaakt. Daarmee een drama veroorzakend dat ook het leven van zijn vrouw, zijn kinderen en zijn ouders voorgoed veranderde.

Maar hij was in 2009, het jaar van zijn dood, bepaald niet de enige die zo het eigen leven beëindigde. In 2009 maakten 1525 Nederlanders een eind aan hun leven. Althans, dat is het cijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Mijn eigen onderzoeken van een aantal jaren geleden geven aan dat het werkelijk aantal waarschijnlijk zo’n twintig procent hoger ligt. Maar behalve dat de man in kwestie bepaald niet de enige was, was hij ook typerend voor een grote (sub)groep van zelfdoders. Typerend allereerst omdat hij man is – ruim twee derde van de zelfdoders is man. Verder omdat hij ophanging als methode koos – veruit de meest gebruikte suïcidemethode. Vele malen vaker dan springen voor de trein waarvoor de laatste tijd zo veel aandacht is. Hij is ook typerend vanwege zijn leeftijd, veertig jaar. De sterfte door zelfdoding is de afgelopen twintig jaar in ons land, evenals in ons omringende landen zoals België en Duitsland, gedaald, met name in de oudste en jongste leeftijdsgroepen en onder vrouwen. Maar, opmerkelijk genoeg, niet onder mannen en niet in de leeftijdsgroep tussen ruwweg 40 en 55 jaar. Mede als gevolg daarvan is het aantal zelfdodingen in 2009 weer op het niveau gekomen van zo’n kwart eeuwgeleden. Mijn verwachting is dat het aantal de komende jaren verder zal stijgen. De voornaamste reden van mijn pessimisme is dat we veel te weinig oog hebben voor die groep die op dit punt het meest kwetsbaar blijkt: mannen van middelbare leeftijd met psychische problemen, relatie problemen en/of problemen op werkgebied. Waar het gaat om depressie, gevoelens van hopeloosheid en suïcidaliteit gaat de aan dacht in de media en de hulpverlening vooral uit naar jongeren en vrouwen. Voor hen zijn er inmiddels specifieke en aanzienlijk aan tal hulpprogramma’s ontwikkeld, onderzocht en beschikbaar. Voor de groep kwetsbare ‘middelbare’ mannen is er letterlijk en figuurlijk helemaal niets specifieks beschikbaar. Blijkbaar mogen zij van ons wel gaan. Maar zo wordt het natuurlijk nooit wat met de suïcidepreventie in ons land.

Bron: Rene Diekstra in NHD 24-01-2011

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Over het beleven van pijn. Aan de hand van een verhaaltje van Toon Tellegen.

‘Heb jij ook wel eens pijn in je angel, wesp?’ vroeg de bij op een keer aan de wesp.
‘Nee,’ zei de wesp. ‘Maar pijn in mijn middel heb ik helaas wel. Heb jij die niet?’ ‘Nee/ zei de bij. ‘Pijn in mijn middel heb ik nooit.’ ‘O,’ zei de wesp.
De dieren zaten bij elkaar aan de rand van het bos, naast de rivier, onder de wilg.
‘Ik heb wel eens pijn in mijn snor,’ zei de walrus. ‘Een soort doffe pijn. Alsof mijn snor bonst. Zo’n soort pijn.’
‘En ik heb soms schildpijn,’ zei de schildpad. ‘Vooral als ik op reis moet, ‘s ochtends vroeg.’ Hij zweeg even. ‘Het beste is om dan maar niet te gaan,’ zei hij toen.
Het hert vertelde over de pijn in zijn gewei: ‘Mijn hele gewei lijkt wel in brand te staan, als ik dat heb.’
De slak zei dat hij nogal eens kramp in zijn steeltjes had, en de kameel vertelde over onaangename tintelingen in zijn bulten.
Het nijlpaard zei:’ Ik heb hier pijn.’ Hij deed zijn mond wijd open en wees naar
binnen, iedereen boog zich voorover om die pijn te zien, maar het was te
schemerig en te ver om iets te kunnen onderscheiden.
‘Dat is jammer,’ zei het nijlpaard. ‘Want het is wel een interessante pijn.’
‘Ik heb nooit pijn,’ zei de mier plotseling.
Het werd heel stil. Iedereen keek de mier met grote ogen aan.
‘Pijn is onzin,’ zei de mier.
De eekhoorn dacht aan de pijn die hij soms binnen in zich voelde – hij wist nooit precies waar. Het was een verdrietige pijn, vond hij. Zou die pijn ook onzin zijn? dacht hij. (..••)
Het was een warme dag. De rivier glinsterde en iedereen zweeg en dacht aan zijn
pijn en vroeg zich af of die pijn wel echt was en geen onzin.
De zon daalde en de wind stak op. de rivier begon te kabbelen. ‘Scheuten,’ zei de
mier na een tijd zachtjes, ‘die heb ik wel eens. Als jullie dat pijn willen noemen,
dan vind ik het goed.’

Toon Tellegen, Misschien wisten zij alles.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Een jaar vuur dertig jaar as.

Een jaar vuur dertig jaar as.
Niet al te lang geleden hoorde ik zijdelings deze opmerking. Hij bleek afkomstig te zijn van een ervaren maatschappelijk werker VO, die zijn loopbaan was begonnen bij een bank.
Bij een bank! Ik hoor het u denken; en zo verging het mij ook. Ik was met stomheid geslagen. Een bank staat voor mij voor onverbiddelijkheid, een wereld waar de wet van het geld regeert. Een weinig sociale wereld. Het werk wat hij daarna is gaan doen staat in het teken van geen duidelijke winst. De maatschappelijk werker in kwestie ging dan ook in het maatschappelijk werk waar de bank in kwestie zeker wel bij voer.
Het toevoegsel “VO” waar de hoofdpersoon in dit verhaal, veel waarde aan hecht, hij zette deze twee hoofdletters er persoonlijk achter op zijn visitekaartjes en zijn digitale handtekening, voor de interne post. U moet u voorstellen een pakket met 100 kaartjes, waarop de naam staat en de titel maatschappelijk werker . Op al die kaartjes zette hij met blauwe inkt VO achter zijn naam. Hij deed dit pas in het laatste jaar van zijn werkzaamheden. Zodat iedereen het moest lezen. Iedereen met wie hij van doen had zou het laatste jaar van zijn loopbaan als maatschappelijk werker weten, dat hij deze opleiding genoten had. Voortgezette opleiding, V.O. een post HBO opleiding dus.
De heer is een wat warrig type die, wanneer je hem tegen zou komen, nooit de indruk zou wekken veel wijsheid in zich te dragen of verzameld te hebben. Nee sterker nog. Wanneer ik de heer buiten de stichting (waar de heer werkzaam was) tegen kwam was mijn spontane reactie altijd weer ‘mag hij wel uhhh alleen op straat rondlopen’?
Toch is het dat zo een mens op voorhand al sympathie verdient. Dat uit zich bij mij in de vorm van respect voor zijn creatieve geest, die hij gebruikte in omgang met de mensen die hij beroepshalve ontmoette.
Nooit was een collega origineler en meer onvoorspelbaar dan deze collega. Ik mocht hem collega noemen en was daar trots op.
Zijn creatieve en authentieke gedrag evenals de inventiviteit waar mee hij de mensen tegemoet trad, droeg bij aan de vorming van een mythe rond om zijn persoon. Andere collega’s spraken vaak fluisterend over hem, meestal met een stem die ontzag en respect verraadde. Ook cliënten die hem in vroegere tijden hadden ontmoet, onthielden hem.
Zo is het voorgekomen, dat mij, als beginnend maatschappelijk werker werd gevraagd: ‘Is dat niet de heer R. uit…V.’? ‘Ja’, antwoordde ik dan op mijn beste maatschappelijk werkers toon. Beseffend dat ik nog een lange weg te gaan had om die zelfde status te kunnen bereiken en dat is een vurig ideaal van mij. Maar je kan ook zeggen: ‘je moet het een ideaal houden’. Ik ben er zelf in dit geval nog niet achter.
De uitspraak één jaar vuur, dertig jaar as, is een stoute uitspraak te noemen. Begrijpelijk misschien wanneer je gewerkt heb in een klein dorpje aan een groot meer, wat moedig weerstand blijft bieden aan de grotere landerijen, er aan grenzend. Die op hun beurt weer met verbazing reageren op het blijvend eigen(aardige) van dit dorpje. Al jaren lang ontmoedigt het mij te zien dat er busladingen toeristen uit alle windstreken naar toe gaan om 500 meter dijk te bekijken die opgesierd wordt door huisjes waarin afwisselend cafés of toeristen shops zitten.
In dit dorpje voltrok zich tijdens een oudejaarsnacht een ramp. Een café met kerstversiering brandde uit. De heer R. had veel compassie met de inwoners van dit dorp. Hij werkte er dan ook met veel hartstocht. Alleen bleek zelfs voor hem dit teveel op den duur. Twee jaar na dato kwam hij in een fase terecht waar het lichaam sterker is dan de wil. Hij bleef toen voor een lange tijd thuis. Hij kwam terug met de uitspraak: ‘Als je het van een afstand bekijkt, heeft het allemaal niets om het lijf wat hier gebeurd’ daar doelde hij niet mee op de gebeurtenis in het dorpje maar wel op het innerlijke van een organisatie die zich het welzijn van een bepaalde groep mensen te doel stelt. Hij kan het weten, dacht ik, hij bleek trouwens wel gelijk te hebben zo een organisatie stelt niets voor.
Ik volgde eens een workshop op één van de mooiste plekjes van Nederland, op een landgoed. De workshop werd geleid door een professor uit Duitsland; ene heer Prof Dr. Dr . F. R.
Deze prof komt uit het zuidelijke deel van de toenmalige Bondsrepubliek. Er is hier een parallel waar te nemen met het eerder genoemde dorpje aan de voormalige Zuiderzee. Ook dit deel in de Bondsrepubliek heeft de naam eigenaardig te zijn en ook hier kijken de omliggende landen argwanend toe. Ook naar dit gebied komen veel toeristen. Nu niet om een straatje te bekijken, maar om aan lange tafels te zitten op smalle banken en bier uit zware stenen kruiken te drinken.
De heer Prof Dr. Dr. F. R. komt uit München, een grotere plaats in dat gebied. Daar heeft de goede man zich jaren lang bezig gehouden met het begrijpen van trauma’s. Dus ook, die van mensen die een brand hebben overleefd.
Uit de uitspraak van de heer Rood is op te maken, dat het leven met een traumatische ervaring dertig jaar siddert alvorend het beter wordt.
Nu had de heer Prof Dr. Dr. F. R aan trauma’s in zijn omgeving geen gebrek. Duitsland had nog niet zo lang geleden de eerste en tweede wereld oorlog verloren en oorlogen brengen trauma’s met zich mee, dat is wel bekend. Dus praten we al over een tijdsbestek van ruim 60 jaar, waarin trauma’s zich laten gelden. Sterker nog de heer F. R. toonde aan dat trauma’s generaties lang mee gaan. Dus dat ze van generatie op generatie doorgegeven worden, of je dit nu leuk vindt of niet.
Hij introduceerde dan ook de term ‘multigenerelle’ trauma’s.
Terug naar de uitspraak van de heer R. Volgens mij zou deze zich moeten aanpassen aan de zich snel veranderende inzichten dezer tijd. De uitspraak zou kunnen zijn. Een jaar vuur 6Ix»0,=MNN jaar as. Ik wil me niet aan een verduidelijking wagen, daar ik niet het overzicht en de rijkdom aan ervaring heb, waar de heer R. zich in kan koesteren, net zoals als dhr prof Dr. Dr. F. R.
Wat hiermee wel bewezen is dat de ver ziende blik van de heer R., baanbrekend is geweest. Vooral voor zoekende als ik. Zijn visie heb ik altijd zeer ten harte kunnen nemen en heb met plezier naar zijn uitspraken geluisterd.
Met bovenstaand stukje heb ik dan ook het waarheidsgehalte en de bruikbaarheid daarvan willen aantonen.
Bedankt man.
door Marcel de Wit

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

In een huwelijk, zou je elke 5 jaar het contract moeten verlengen.

door Marcel de Wit

Mevrouw M zei tegen de heer J: ‘Ik sta bijna voor de beslissing een scheiding aan te vragen’.

‘Weet u mevrouw hoe vaak mijn vrouw de koffers van mij heeft ge­pakt en ze voor de deur heeft gezet?’, antwoordde de heer J. ‘Ik ben 40 jaar getrouwd. Ik denk dat je elke vijf jaar opnieuw een huwelijk moet aan gaan, het op nieuw moet arrangeren, zo gezegd, ging de heer ]. door. U kunt dus nagaan hoe vaak mijn koffers voor de deur hebben gestaan’.

‘Acht keer’, antwoordde mevrouw M. ‘Maar wat wilt u mij daar mee zeggen?’

‘Het huwelijk is een instrument, antwoordde de heer J. ‘Vroeger haal­de je dat in de kerk en op het gemeente huis. Dat gold dan automa­tisch voor de rest van je leven. Ook al kwamen mensen hun afspra­ken toen al niet na. Toch was het een instituut’, ‘Wat bedoelt u nou met een instrument of een instituut, wat mag het zijn?’

‘Ik bedoel, vroeger kon je het als een instrument gebruiken, je kon er je macht mee vergroten, later werd het de hoeksteen van de maat­schappij. Nu is het min of meer een mystieke aangelegenheid, die je dus één keer in de vijf jaar moet herhalen. Ofwel voor je zelf, ofwel samen met de ander. Ik persoonlijk kies er eerder voor het eerst met mijzelf uit te maken. Daarop met mijn vrouw’. ‘Letterlijk?’, vroeg mevrouw M. verbaasd.

‘Nee dat zou een te dure aangelegenheid worden. Elke keer griffier- kosten om nog maar te zwijgen van de kosten die zo een huwelijks­voltrekking met zich mee brengt. Weet u dat scheiden minstens net zo duur is als trouwen?’

‘Ja’, antwoordde mevrouw M. ‘Dat is mij wel bekend. Maar wat moet ik nu met mijn relatie. Ik ben al vijftien jaar samen met mijn huidige man. Dit is de tweede keer dat ik in een huwelijk verzeild geraakt ben. Bedoelt u nu dat ik in het vorige huwelijk waar ik deelgenoot van was niet had moeten trouwen of dat ik niet had moeten schei­den? Of bedoelt u dat ik nu met mijn man zou moeten gaan praten over de afgelopen tien jaar en pro forma een scheiding aan vragen?

‘Dat zijn een heleboel vragen. Ik begrijp dat ik u met mijn uitspraken verwar. Ik zal proberen een beetje duidelijkheid te scheppen’.

Op dat moment kwam er onverwacht een grote man het kantoortje van de heer J binnen. Hij keek naar mevrouw M en naar de heer J. ‘Waar hebben jullie het nu over’?, vroeg hij. ‘Over het huwelijk’, zei de heer J.

‘Praat me er niet van’, zei de grote man, die ik nu verder de heer B zal noemen. ‘Twee keer ben ik getrouwd geweest, nog steeds betaal ik alimentatie tot ver over de Nederlandse grens. Mijn nazaten zitten zelfs in Amerika te studeren, waar ik voor op draai. Maar ik moet zelf ook leven. Dat voert elke maand weer tot een conflict. Allemaal om­dat ik zonodig moest trouwen.

Misschien heb ik het verzuimd, te evalueren na elke vijf jaar. Eén keer hielp de getuige bij mijn huwelijk een handje mee. Nadat hij geweest was hoefde ik ook niet meer te evalueren, mijn vrouw had genoeg nagedacht.

Mijn tweede vrouw had niet zulke beste hoor kwaliteiten. Ze had wonderschone oren, ik genoot er van er naar te kijken. Alleen hoorde ze vaak andere dingen dan dat ik zei. Nee, ook hier had de elke vijf jaar terugkomende evaluatie ronde, die door de heer J zo wordt aan­bevolen, weinig effect op het voortbestaan van mijn huwelijk’.

De heer J knikte bedachtzaam met zijn hoofd in de richting van me­vrouw M en sprak: ‘Waar een jaar vuur is, daar kan dertig jaar as zijn’.

Marcel de Wit

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen